Dag 16 Villa Bottelier, 25 april 2010

Bon Dia..

Vandaag een dagje Westpunt gedaan. Snorkelspullen mee, koelbox flink gevuld, nog even langs Vreugdenhil om de koekjes en drop aan te vullen en richting het Christoffelpark gereden. De ingang is gemaakt bij Landhuis Savonet. Het Christoffelpark is bekend om de Christoffelberg. We wilden daar de Orchideeën route rijden, maar die bleek met de auto niet berijdbaar en als ze dat hier vinden, is het dus echt zo! Dus kozen we als alternatief de Mountain car route. Je kunt de Christoffelberg ook beklimmen, maar niemand van ons had die ambitie. Daarnaast is het handig om dat heel vroeg te doen, zodat de temperatuur nog aangenaam is en er veel dieren te zien zijn. Het was een erg broeierige dag en wat heiig. De thermometer wees vanmorgen als 38 graden aan, maar dat leek mij wel erg veel, hoewel…..het water liep tijdens het ontbijt met straaltjes over de rug.

De wegen in het Christoffelpark zijn goed berijdbaar. Af en toe moest de Suzuki er flink aan trekken Het is een automaatje waar gelukkig ook een 2 en een L in zit, waarmee we ons op de soms zeer steile hellingen kon trekken. Naast enkele mooie uitkijkpunten, kenmerkt het park zich voornamelijk door heel veel van die lange cactussen. Sommige wel 10 meter hoog, lage dichte begroeiing en een heleboel hagedissen. Hasedissen, zoals Yasmine ze noemt.

Daarna weer onder de slagboom door naar de overkant. Dat hoort ook bij het park, maar daarvoor hoef je niet te betalen. Natuurlijk langs de Boka Grandi geweest. Een boka is een hoge rots waar het zeewater soms met heel veel kracht tegenaan knalt. Een prachtig gezicht. Jurgen heeft daar op de parkeerplek kennis gemaakt met een cactus, zo eentje met van die platte rondjes en flinke stekels. Hij had er zo’n plat rondje vanaf gehaald en prikte zich. Hij schrok en liet het rondje vallen…..op zijn voet. De stekels zaten er flink in. Het fijne is dat we koelelementen in de koelbox hadden die voor meerdere doeleinden gebruikt kunnen worden, zo ook voor een gewonde voet.

Na de Boka naar de caves geweest. Een spooky plek met wat grotten waar volgens de jongens een skelet lag. Een grot verderop waren er nog indianentekeningen te zien. Op het paadje er naar toe hoorde je gewoon de hagedissen wegschieten. Toen we weer weg wilden gaan, kwamen de jongens aanrennen. Ze wilden een andere grot in met de videocamera waar een lamp op zit. Ze hadden nog een grot ontdekt en wilden die verder in gaan. Leek ons niet zo’n goed idee…..volgende keer misschien?

Al verder rijdend zouden we volgens Gerrit Jan een Mata Piská tegenkomen, een boom. De jongens natuurlijk meteen grappen en grollen wat er nou zo bijzonder was aan een boom. We hadden er tenslotte al voldoende gezien. En eigenlijk stelde het boompje ook niet zoveel voor. Toen ik de uitleg bij het boompje voorlas, was de nieuwsgierigheid toch wel weer gewekt. Deze boom groeit op de meest onherbergzame plekken. Hij wordt meestal niet zo groot als deze (was zo’n 3 meter hoog schat ik in). Vroeger gebruikten de vissers twijgjes van deze boom om de vissen mee te drogeren, zodat ze ze gemakkelijk konden vangen. Dat maakte de boom toch wel weer wat spannender.

Na de caves en de boom, weer op weg naar Boka Tabla. Zelfde idee als Boka Tabla, maar iets meer opgeleukt met een wandelpaadje, uitkijkterras en restaurantje. Ik kan erg in vervoering raken door die Boka. De enorme straffe wind die dwars door je heen blaast, de zee die tegen de rotsen aan knalt, de spetters die je in je gezicht voelt, zalig. En gelukkig voor Gerrit Jan zat er eindelijk een flinke Leguaan op de parkeerplaats. Hapje plaatselijk gerecht gegeten en via de Westpunt naar huis gereden. Even was er nog kans op het aandoen van een strandje omdat we tenslotte alle spullen meegenomen hadden, maar het gegeit op de achterbank was niet van de lucht. Het leek ons daarom beter om thuis maar een duik in het zwembad te nemen en dat zijn ze nu aan het doen.

En morgen? Geen idee nog.

Leave a Reply